Omdat ik Petra ken, heb ik gezegd dat ze haar maar eens moest
bellen. Buurman wilde daar niks van weten. Vond het maar onzin
en vooral weggegooid geld. Buurvrouw was echter eigenwijs en
belde toch. Ze vertelde aan Petra over de hond. Dat ie raar
deed. Buurvrouw wilde graag van Petra weten wat er aan de hand
was.
Ze belde maandag, in de namiddag. ’s Avonds, ik lag net goed
en wel op de bank, kwam de buurvrouw binnen. De hond deed weer
normaal. Sterker nog: hij was zelfs enthousiast. Groette de
baas, was waaks, alert en blij. Als je goed keek kwispelde hij
zelfs een beetje. Zijn poep en plas liet ie ook niet overal meer
lopen. Hij deed dat nu buiten, zoals het een groot hond betaamt.
Buurvrouw was een gelukkig mens. Ook de hond was happy. Door
zijn normale gedrag accepteerden de andere honden hem nu ook. Ze
hebben er, met dank dus aan Petra, een broertje bij.
Overigens wist Petra alles van de hond, zonder hem zelfs maar
eens gezien te hebben, of te weten waar de baas van de hond
woont. Bovendien kon ze zelfs vertellen over de kinderen,
waarvan ze van niemand (behalve dus van betreffende hond) het
bestaan kon weten. Bijzonder dus.
De dertig euro zijn de moeite meer dan waard geweest. En zo
zie je maar weer: ook honden hebben ‘normale’ problemen en
willen daar ook wel eens over praten, zonder dat meteen
uitgerukt hoeft te worden naar de dierenarts. Naar alle
waarschijnlijkheid heeft de hond van mijn buurvrouw een
verhelderend gesprek gehad met Petra, die zo onderhand echt naam
begint te maken.
Bij het (met een half oor) aanhoren van het verhaal over de
onwillige hond, schoot me ineens iets te binnen. Ik ga namelijk
ook bellen met Petra. Zou zij namelijk niet eens met Louis van
Gaal willen ‘praten’?